|
Jezus roept zondaren
“Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.” Lukas 5:32.
Deze woorden vormen de spits in de geschiedenis van de roeping van Levi, de tollenaar. In tegenstelling tot veel mensen heeft de Heere Jezus weinig woorden nodig. Wij gebruiken vaak zoveel woorden dat het eigenlijke van onze boodschap in onze woorden ondergaat. De Heere Jezus zegt kort en krachtig: “Volg Mij.” Deze woorden hebben zo’n kracht dat Levi alles verlaat, opstaat en Hem volgt. Opnieuw weinig woorden voor de hele bekering. Iemand zei eens: ‘Ik kan mijn hele bekering schrijven op de nagel van mijn vinger.’
Het woord bekering betekent letterlijk: tot een ander inzicht komen, van richting veranderen. Bekering betekent in het geval van Levi dat hij alles verlaat: het tolhuis, zijn inkomen, zijn oude leventje in de zonde. Het voorbeeld van Levi laat ons zien dat bekering is het opstaan tot een nieuw leven. Het is een volgen van de Heere Jezus Die het Leven is en het leven geeft.
Dat die bekering van Levi echt is, blijkt uit het feit dat hij een grote maaltijd voor de Heere Jezus aanricht en dat hij zijn oude vrienden niet vergeet. Een grote schare tollenaren en zondaren zit ook aan. Deze maaltijd is het teken van zijn dankbaarheid voor wat Jezus in zijn leven heeft teweeggebracht.
De farizeeën en de schriftgeleerden begrijpen hiervan niets en laten hun ongenoegen blijken. Zij zeggen tegen de discipelen: “Waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren?” Ze zeggen het tegen de discipelen, maar zij bedoelen de Heere Jezus. Waarom eet en drinkt Hij met zulke zondige mensen? Dan reageert de Heere Jezus: “Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.” Nog scherper gezegd: “Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.”
De schriftgeleerden en farizeeën, de rechtvaardigen in eigen oog, staan ver boven de zondaren en hebben geen hulp nodig. Zij redden het zelf wel, denken zij. Zondaren hebben hulp nodig. Dat weet de Heere Jezus en daarom zegt Hij: “Ik ben gekomen om zondaren te roepen tot bekering.” Zij zijn de zieken, die de medicijnmeester nodig hebben.
Waartoe behoren wij? Tot de rechtvaardigen, de doe-het-zelvers, tot degenen die beter zijn dan de anderen? Of tot zondaren en hulpbehoevenden die het leven niet in eigen hand kunnen houden? Dan is er hoop. Christus is gekomen om zulke zondaren tot bekering te roepen en niet alleen te roepen, maar ook metterdaad te brengen tot bekering.
Wat is bekering? Bekering is sterven aan mijzelf, aan mijn zonde en ongeloof en opstaan tot een nieuw leven. Dan wordt alles nieuw. In Christus wordt alles nieuw: mijn verhouding tot God, mijn verhouding tot mijn man of vrouw, mijn verhouding tot mijn ouders of kinderen, mijn verhouding tot de wereld, mijn verhouding tot mijn geld en goed, mijn verhouding tot mijn werk. Bekering bestaat niet alleen uit woorden, maar wordt ook zichtbaar in het concrete leven van elke dag. De boom wordt aan zijn vruchten gekend.
Jezus roept zondaren tot bekering. Je komt zoveel goedwillende, brave en rechtzinnige mensen tegen, maar zo weinig zondaren. Bidt of de Heilige Geest u ontdekt aan uw dodelijke ziekte, de zonde. En als u dat krijgt te zien, loop er niet bij weg. Denk niet wat de farizeeën en de schriftgeleerden dachten: Het valt allemaal nog wel mee, het is niet zo erg. Maar loop ook niet bij de grote Arts vandaan. Meent niet dat er voor u geen doen meer aan is. Alsof het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ook u niet zou kunnen reinigen van al uw zonden. Bekeert u dan tot Hem die u verlaten hebt. Keert tot uw Schepper terug met belijdenis van uw zonden. Bidt, wat die andere tollenaar bad: “O God, wees mij zondaar genadig.” Van zo’n zondaar geldt: “Deze ging heen, gerechtvaardigd naar zijn huis.”
Ds. N. van der Want
|